Home
Per jaar
2026
2025
2024
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2017
2016
2015
2014
2013
2012
2011
2010
2009
2008
2007
2006
2005
2004
2003
2002
2001
2000
1999
1998
1997
1996
1995
1994
1993
1992
1991
1990
1989
1988
1987
1986
1985
1984
1983
1982
1981
1980
1979
1978
1977
1976
1975
1974
1973
1972
1971
1970
1969
1968
1967
1966
1946
1945
Filter op ..
Toon alle
Recent geupdate
Categorie
Blauwe reeks
Hollandse ongekleurde reeks
Hollandse tweekleurenreeks
Vierkleurenreeks
Speciale uitgave
Strips zonder omslag
Ontbrekende strips
-->
Login
Gebruikersnaam:
Wachtwoord:
Log-in
×
echo $error ?>
Home
DETAIL
ITEM
Stripboeken
1 items gevonden
Jeromba de Griek
1993
072
Vierkleurenreeks
Tekenaar:
Marc Verheagen
Schrijver:
Vanaf strook 157 Paul Geerts
Herdruk uit 1966 van (Vlaams nr 63) Opnieuw uitgegeven in 1971. Standaard Uitgeverij Antwerpen Bij N.V. SCRIPTORIA Belgie. Scenario Willy Vandersteen Tekeningen Willy Vandersteen Inkter Eduard de Rop Jeromba de Griek is het 47e stripverhaal uit de reeks van Suske en Wiske. Het is geschreven door Willy Vandersteen en gepubliceerd in De Standaard en Het Nieuwsblad van 11 oktober 1965 tot en met 21 februari 1966.De eerste albumuitgave was in 1966, als twaalfde deel in de gezamenlijke tweekleurenreeks met nummer 63. In 1967 verscheen het verhaal in de Vierkleurenreeks met albumnummer 72. De oorspronkelijke versie kwam in 1999 nog eens uit in Suske en Wiske Klassiek. Het verhaal is gebaseerd op de film Zorba de Griek (1964). Wiske is jarig en als cadeau maakt professor Barabas elektronische speeltjes voor haar, die op onze vrienden lijken. De professor heeft een kasteel gekocht waar hij tegenwoordig woont, en nodigt de vrienden hier uit. Door wat gestuntel van Lambik slaat een van de speeltjes op hol en rent naar buiten. Jerom probeert de pop nog te vinden, maar vindt haar nergens. Onderweg naar huis ziet hij hoe een Turk wordt bedreigd door een groep mannen. Jerom redt de Turk en deze stelt zich voor als Kemal. In zijn hotel vraagt Kemal aan Jerom om voor hem een gouden kromzwaard te verstoppen voor de boevenbende van ene Boris. Jerom vertelt thuis alles aan zijn vrienden, maar krijgt gauw ruzie met de nogal jaloerse Lambik. Jerom loopt naar buiten en raakt door een blikseminslag zijn geheugen kwijt. Omdat onze vrienden meer te weten willen komen over het gouden zwaard en een droom van tante Sidonia, reizen ze naar Turkije. Ook probeert een Bulgaarse bende het zwaard in handen te krijgen. Ze huren een huisje wat Sidonia herkent uit haar droom en ontdekken, dat in de gewelven onder het huisje een oeroude Byzantijnse kruisvaarder, genaamd Stantijn, leeft. Stantijn vertelt onze vrienden over hoe hij jaren geleden het kamp van sultan Ali Salami overviel, maar wiens leven hij spaarde. Als dank daarvoor schonk de sultan hem het gouden zwaard. Al die jaren leeft Stantijn in de gewelven die gebouwd zijn door keizer Justinianus, maar hij is het zwaard kwijtgeraakt. Als de vrienden vragen de schede te mogen zien valt hij hen aan (hij roept "Godfried van Vleesnat ende Bouillon"), maar de vrienden kunnen hem overtuigen van hun goede bedoelingen. Stantijn verzoekt onze vrienden het gouden zwaard terug te brengen naar de Aya Sophia. Maar Boris steelt het kromzwaard en de vrienden gaan op zoek. Tijdens een bezoek aan een Turks cafe aan de haven komt Lambik plotseling Jerom tegen. Als Lambik hem roept, reageert Jerom door te zeggen dat hij Jeromba de Griek heet. Lambik informeert naar het gouden kromzwaard, maar Jerom herinnert zich niets meer. Als Lambik wordt bedreigd door de bende van Boris, komt Jerom tussenbeide en slaat de bende uit het cafe. Lambik bedankt hem hiervoor. Niet veel later komt Kemal Jerom tegen. Hij is dolblij om zijn Belgische broeder weer te ontmoeten, maar zodra Jerom zegt Griek te zijn, wordt Kemal woedend. Turken en Grieken zijn namelijk aartsvijanden. Tante Sidonia ziet Lasido in het zigeunerkamp en het blijkt dat de zigeuners het kromzwaard hebben. De Bulgaren vallen het kamp aan en krijgen opnieuw het kromzwaard in handen. Suske en Wiske zien een man die Jerom vraagt aan Turks worstelen mee te doen. Jerom moet tegen Kemal vechten en Suske en Wiske volgen een Bulgaar naar het kasteel van Anadoluhisari. Ze krijgen het zwaard in handen en brengen het naar het gehuurde huis. Boris is er, maar hij wordt verslagen door Stantijn. Lambik komt Kemal tegen en wordt dronken, hij geeft Kemal het kromzwaard later en de vrienden achtervolgen hem. Kemal wordt in het nauw gedreven door de Bulgaren, maar dan komt Jerom hem te hulp. Kemal wil geen hulp van een Griek en gaat naar de Aya Sofia-moskee wat tegenwoordig een museum is. Hij verbergt zich tussen de bezoekers en ’s nachts sturen Suske en Wiske de kleine poppetjes naar binnen. Jerom vindt Kemal in de moskee, maar Kemal valt hem aan. Dan ziet Kemal letters op het zwaard - Weest allen broeders! Getekend Ali Sa Lami! De Grote Turk - is de boodschap, en hij valt Jerom in de armen. Tante Sidonia zegt de mannen het kromzwaard aan de lamp te hangen en ze klimmen op elkaars schouders, maar dan valt Jerom. Hierdoor krijgt hij zijn geheugen terug. Als Suske en Wiske ook binnen komen en helpen is de toren hoog genoeg om het zwaard op te hangen. Stantijn verdwijnt en krijgt eeuwig rust nu het zwaard op zijn plek hangt. Kemal neemt afscheid van de vrienden op het vliegveld en danst voortaan de Sirtaki.